Bel 033 4602302 of mail naar info@beslagrecht.nl

Word abonnee

Beslag

Vreemdelingenbeslag is een conservatoir beslag dat wordt gelegd ten laste van een schuldenaar die goederen in Nederland heeft, maar geen bekende woon- of verblijfplaats in Nederland heeft.

Geen eigen beslagobject

Vreemdelingenbeslag kent geen eigen beslagobject. Het kan op alle goederen en, volgens art. 765 Rv, in de vorm van elk ander conservatoir beslag, worden gelegd, dus ook in de vorm van een beslag tot afgifte van roerende zaken of levering van goederen. De beslaglegger is van rechtswege bewaarder van de in beslag genomen zaken, in geval deze zich onder hem bevinden; zo niet, dan kan daarover naar de regels betreffende executoriaal beslag een gerechtelijke bewaarder worden aangesteld (art. 766 Rv).

Aanvullende regeling

De regeling van het vreemdelingenbeslag is - net zoals die van het conservatoir beslag op luchtvaartuigen (artt. 729-729e Rv) - een aanvullende regeling op de regels van de andere conservatoire beslagen van het Derde Boek van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering.

Vreemdelingenbeslag schept soms bevoegdheid

Een in Nederland gelegd vreemdelingenbeslag kan, op grond van art. 767 Rv, bevoegdheid van de Nederlandse rechter scheppen voor de eis in de hoofdzaak.

Art. 767 Rv schept alleen bevoegdheid van de Nederlandse rechter in de hoofdzaak als er geen andere weg is om een executoriale titel in Nederland te verkrijgen. Dit kan bijvoorbeeld in een geschil tussen twee niet in Nederland wonende personen die dat geschil niet bij een Nederlandse rechter aanhangig kunnen maken en niet een executoriale titel in Nederland kunnen krijgen.

  • Beide partijen wonen in Nederland. De Nederlandse rechter heeft rechtsmacht (vgl. art. 2 Rv). De rechter van de woonplaats van gedaagde is bevoegd (vgl. art. 99 Rv).

  • De eiser woont in Nederland. De rechter van zijn woonplaats is bevoegd (vgl. art. 109 Rv).

  • Eiser of gedaagde woont in een land waarmee Nederland een executieverdrag heeft gesloten.

  • Twee buitenlanders hebben bepaald dat de Nederlandse rechter over geschillen oordeelt.

  • Mocht het beslag tegen zekerheidstelling worden opgeheven, dan heeft dit geen gevolg voor de procedure: die kan in Nederland toch worden gevoerd.

Bij verlof tot beslag onder een derde geldt de mogelijkheid van het scheppen van bevoegdheid alleen als het goed waarop beslag zal worden gelegd uitdrukkelijk in het verzoekschrift is omschreven (vgl. art. 767 Rv).

De Nederlandse rechter is niet (meer) bevoegd als het beslag op inhoudelijke gronden wordt opgeheven.

Rechtspraak

  • Rb. Rotterdam 08-02-2012, ECLI:NL:RBROT:2012:BV3622
    Volgens art. 767 Rv kan de Nederlandse rechter uitsluitend bevoegd zijn van de eis in de hoofdzaak kennis te nemen (1) indien zij niet reeds op een andere grond dan die van art. 767 Rv bevoegd is en (2) indien geen buitenlandse rechter bevoegd is wiens uitspraak in Nederland ten uitvoer gelegd kan worden. Nu gedaagde in Ethiopië gevestigd is, is het de vraag of een uitspraak van een Ethiopische rechter op grond van een toepasselijk executieverdrag tussen Nederland en Ethiopië in Nederland ten uitvoer kan worden gelegd. Het antwoord is nee. Omdat het hier gaat om  derdenbeslagen moeten de beslagen goederen wel uitdrukkelijk in het verzoekschrift zijn omschreven. De omschrijving ’op alles wat deze derden van gedaagde onder zich hebben of zullen krijgen danwel aan gedaagde schuldig zijn of zullen worden en meer in het bijzonder maar niet uitsluitend de opbrengsten van de verkopen van door danwel namens gedaagde verkochte groente, fruit en bloemen’ voldoet aan dit vereiste. Er is dus voldaan aan alle voorwaarden voor bevoegdheid van de rechtbank.
  • Rb. Middelburg 24-10-2001, NJ 2002, 52
    Bij een conservatoir derdenbeslag moet een afschrift van het stuk waarbij de eis in de hoofdzaak is ingesteld aan de derde te worden betekend (art. 721 Rv). Die eis geldt ook bij een vreemdelingenbeslag (volgens art. 765 Rv) onder een derde.
  • HR 09-06-1995, NJ 1996, 448 (Smokehouse 2)
    Als een schuldeiser (hier: Culimer) in overleg met een derde (hier: Delimas) die ander ertoe beweegt om met een in het buitenland gevestigde schuldenaar (hier: Smokehouse) een koopovereenkomst te sluitend, uitsluitend om de schuldeiser de mogelijkheid te geven zich in Nederland op de gekochte zaak te verhalen voordat die zaak aan de koper is geleverd, en zich aldus met behulp van een ander een verhaalsmogelijkheid in Nederland verschaft, handelt die schuldeiser niet onrechtmatig ten opzichte van die schuldenaar, ook niet als de koper en de schuldeiser vennootschappen zijn die met elkaar zijn verbonden. Een andere opvatting zou teveel afbreuk doen aan het belang van schuldeisers in het algemeen om, alvorens zij een vordering instellen, zich door middel van conservatoir beslag een redelijke waarborg te verschaffen tegen het niet kunnen executeren van een uitspraak. Het bovenstaande kan anders zijn als de schuldeiser de schuldenaar tot de koopovereenkomst heeft bewogen door mededelingen die misleidend waren of als er onevenredigheid bestaat tussen de belangen van de schuldeiser en de schuldenaar.
  • HR 17-12-1993, NJ 1994, 348 (Esmil/Enka Arabia)
    Wanneer partijen een buitenlandse rechter bij uitsluiting bevoegd hebben verklaard om kennis te nemen van uit hun overeenkomst voortvloeiende geschillen, is de Nederlandse rechter niet bevoegd om kennis te nemen van een hoofdvordering, ook indien een uitspraak van die buitenlandse rechter in Nederland niet ten uitvoer kan worden gelegd. Een dergelijke jurisdictieclausule heeft als gevolg dat de beslaglegger eerst een toewijzende uitspraak van de buitenlandse rechter moet hebben verkregen, voordat in Nederland toewijzing van een op de voet van art. 431 lid 2 Rv ingestelde vordering mogelijk is.
  • HR 19-01-1958, NJ 1958, 78 (Tekinalp/Bakan)
    Zowel de beslaglegger (de in Turkije wonendeTekinalp) als de beslagene (de in Frankrijk wonende Bakan) is vreemdeling en heeft geen bekende woonplaats in Nederland. De bevoegdheid van de Nederlandse rechter berust uitsluitend op art. 767 Rv. Naar de mening van Hof en Hoge Raad heft de President van de rechtbank Amsterdam het vreemdelingenbeslag terecht op omdat van een vordering van Tekinalp op Bakan nog onvoldoende is gebleken. Daarmee is de bevoegdheid van de Nederlandse rechter komen te vervallen.
Wetgeving

Het vreemdelingenbeslag is geregeld in de artt. 765-767 Rv: