Bel 033 4602302 of mail naar info@beslagrecht.nl

Word abonnee

Het maritaal beslag is een conservatoir beslag dat kan worden gelegd door een deelgenoot in een gemeenschap van goederen die is ontstaan door een huwelijk of een geregistreerd partnerschap. Een maritaal beslag moet voorkomen dat goederen, die behoren tot de gemeenschap van goederen tussen (voormalige) echtgenoten of geregistreerde partners, worden weggemaakt.

Maritaal beslag kan worden beschouwd als een bijzondere vorm van deelgenotenbeslag.

Voorwaarden

Maritaal beslag kan alleen worden gelegd in samenhang met:

  • een verzoek tot opheffing van de huwelijksgoederengemeenschap (art. 1:110 lid 2 BW)
  • een verzoek tot echtscheiding of scheiding van tafel en bed
  • een verzoek tot ontbinding van een geregistreerd partnerschap (art. 768 lid 2 BW)

Het verzoek vormt de eis in de hoofdzaak. Het beslag kan dus alleen worden gelegd als de eis in de hoofzaak aanhangig is of snel aanhangig wordt gemaakt.

  • Hof Arnhem 25-09-2012, ECLI:NL:GHARN:2012:BX9935
    Nu de onroerende zaken ten tijde van het leggen van het beslag niet tot de gemeenschap behoorden, moet het maritaal beslag op de voet van art. 705 Rv worden opgeheven. Art. 770b Rv bepaalt onder meer dat bij toewijzing van het verzoek tot echtscheiding het maritaal beslag vervalt zodra de beslagen goederen aan de andere echtgenoot worden toegedeeld of krachtens de verdeling aan de beslaglegger worden geleverd. Van verval van het maritaal beslag op die grond kan hier geen sprake zijn, aangezien de beslagen goederen niet tot de gemeenschap behoren en daarom ook niet zijn toegedeeld of geleverd aan een van beide echtgenoten. In het algemeen heeft opheffing van het maritaal beslag wel het verval van het maritaal beslag tot gevolg.
  • Hof Amsterdam 08-03-2011, ECLI:NL:GHAMS:2011:BR5324
    De aandelen die de man houdt in zijn stamrecht-BV vallen in de gemeenschap, zodat de vrouw die in maritaal beslag kon laten nemen. De vennootschap zelf heeft ten opzichte van de man en de vrouw te gelden als een derde. De enkele omstandigheid dat de man directeur/grootaandeelhouder is van de vennootschap en waarschijnlijk louter om fiscale redenen zijn ontslagvergoeding in de vennootschap heeft laten storten, is onvoldoende om de man en de vennootschap te vereenzelvigen. De beide beslagen rekeningen staan ten name van de vennootschap. Het saldo daarvan is een vordering van de vennootschap op de Rabobank. Nu deze vordering niet toekomt aan de gemeenschap die tussen de vrouw en de man bestaat maar uitsluitend aan de vennootschap, heeft de vrouw ten onrechte maritaal derdenbeslag op de desbetreffende rekeningen doen leggen.
  • Rb. Arnhem (vzr.) 24-05-2007, ECLI:NL:RBARN:2007:BA6837
    Partijen hebben in de huwelijkse voorwaarden iedere vorm van gemeenschap van goederen uitgesloten. Dit betekent dat de bankrekeningen, nu die ten name van de man staan en van zijn onderneming, behoren tot het privévermogen van de man en daarom niet vatbaar zijn voor maritaal beslag. Het beslag op de bankrekeningen heeft daarom geen doel getroffen en het kan ook geen ander doel treffen juist omdat tussen partijen iedere gemeenschap van goederen is uitgesloten.
Wetgeving

Het maritaal beslag is geregeld in de artt. 768-770c Rv: