Beslagrecht.nl - overzicht, nieuws, wetgeving, rechtspraak

De beslagvrije voet is het bedrag dat bij periodieke inkomsten zoals genoemd in art. 475c Rv niet kan worden beslagen. De beslagvrije voet heeft als doel te voorkomen dat de schuldenaar als gevolg van een beslag op al zijn inkomsten een beroep op een bijstandsuitkering moet doen.

Voor welke vorderingen?

In art. 475c Rv staan limitatief de vorderingen tot periodieke betaling waarvoor de beslagvrije voet geldt:

  • loon en bezoldiging van ambtenaar ex art. 115 AW
  • uitkeringen op grond van sociale zekerheidswetgeving
  • uitkeringen uit pensioen en lijfrente
  • uitkeringen tot levensonderhoud (partner- of kinderalimentatie)
  • uitkeringen uit levens-, invaliditeits-, ongevallen- of ziekengeldverzekering
  • uitkeringen of buitengewoon pensioen voor oorlogsgetroffenen
  • voorlopige teruggaaf inkomstenbelasting (art.13 lid 2 AWR)

Bij andere inkomsten kan de schuldenaar dus geen beroep op de beslagvrije voet doen, tenzij met succes een beroep wordt gedaan op:

Rechtspraak
  • HR 31-10-2014, ECLI:NL:HR:2014:3068
    De jaarlijkse uitbetaling van het vakantiegeld is geheel voor beslag vatbaar als het maandelijkse inkomen in de maanden waarin het vakantiegeld werd opgebouwd, steeds boven de beslagvrije voet uitkwam. Indien het maandelijkse inkomen in die maanden steeds beneden de beslagvrije voet is gebleven, is het vakantiegeld slechts voor beslag vatbaar voor zover het als maandelijkse aanspraak tezamen met het daadwerkelijk in die maanden genoten inkomen zou zijn uitgekomen boven de beslagvrije voet in die maanden, telkens per maand beoordeeld.

Voor de toepassing van de beslagvrije voet maakt het niet uit wie de schuldeiser is. Zo moeten de ontvanger en uitkeringsinstanties zoals UWV en SVB ook de beslagvrije voet respecteren.

Volgens de schakelbepaling van art. 720 Rv gelden de artikelen met betrekking tot de beslagvrije voet ook bij conservatoir beslag.